Printemps des Poètes 15-16-17 april 2016
Dichter Mustafa Stitou uitgenodigd om Nederland te vertegenwoordigen bij dichters bijeenkomst in Luxemburg ‘Printemps des Poètes’.
Printemps des poètes Luxembourg 2016 is de negende editie van een uit Frankrijk afgeleid gelijkwaardig evenement dat ginds 18 jaar geleden werd opgericht door voormalig minister van cultuur Jack Lang. Het thema is dit jaar ‘Etre aujourd’hui’. Gedurende 3 dagen staat de internationale poëzie in de schijnwerpers door middel van lezingen, voordrachten, uitwisselingen van gedichten, vertalingen en schrift ( www.prinpolux.lu).
Mustafa Stitou (1974) werd geboren in Tetouan, Marokko, en groeide op in Lelystad. Hij heeft filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Op 19-jarige leeftijd debuteerde Stitou met de dichtbundel Mijn vormen, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs. Daarna volgden Mijn gedichten (1998) en in 2003 de bundel Varkensroze ansichten, die werd bekroond met de VSB Poëzieprijs. Mustafa Stitou schreef ook voor toneel, en was een jaar lang de stadsdichter van Amsterdam. Tempel (2013), zijn vierde bundel, werd bekroond werd met de Awater Poëzieprijs.
Mustafa Stitou (1974) werd geboren in Tetouan, Marokko, en groeide op in Lelystad. Hij heeft filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Op 19-jarige leeftijd debuteerde Stitou met de dichtbundel Mijn vormen, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs. Daarna volgden Mijn gedichten (1998) en in 2003 de bundel Varkensroze ansichten, die werd bekroond met de VSB Poëzieprijs. Mustafa Stitou schreef ook voor toneel, en was een jaar lang de stadsdichter van Amsterdam. Tempel (2013), zijn vierde bundel, werd bekroond werd met de Awater Poëzieprijs.
Voorvaderen, onderburen
Sommige voorvaderen, weten we, hebben God gedroomd
en daaruit is voortgekomen onze wereld van eindige dingen.
Zij waren het die ooit een kind offerden aan iets almachtigs
en onzichtbaars.
We weten ook dat sommige honden –
dat sommige mensen gaan lijken op hun huisdier
na verloop van tijd. Soms
een grotesk gezicht, meestal blijft het onopgemerkt.
Mijn onderburen, een kinderloos stel toevallig, nemen
mijn boodschappen altijd aan en vragen mij fluisterend
of zij mij niet tot last zijn en soms ergens mee kunnen
helpen.
Andere voorvaderen wisten zich met de dood geen raad
en met geboorte evenmin, zij zagen in een pasgeboren kind
een gestorven voorvader. En het verwarde geloof dat
zij stichtten spookt sindsdien door onze genen;
mijn onderburen hebben mij toevertrouwd te zullen en willen
reïncarneren in een diersoort met zachte zeden, in bijen.