Zakendoen in China: "Binnen drie uur hadden we een bedrijfslicentie"

Een dag om ondernemers in het zonnetje te zetten: Vandaag, op 15 november, is het in Nederland de dag van de ondernemer! Deze dag is onderdeel van de wereldwijde Global Entrepreneurship Week. In China gaan de ontwikkelingen razendsnel en dat biedt veel mogelijkheden. Ook duurzaamheid en milieu spelen daarbij een steeds belangrijkere rol. We spraken dan ook met ondernemers die de stap naar China zetten. Hun conclusie? “Zorg dat je investeert in relaties en houd vast aan je Nederlandse roots.” Deze week delen we iedere dag het verhaal van een ondernemer. Vandaag het verhaal van Quinten van Duin.

Quinten van Duin - Founder / CEO Ozense. Haikou.

“Vier jaar geleden kwam ik in Hainan terecht,” vertelt Quinten van Duin. “Een vriend van me was bezig met een project voor Hainan Airlines en nodigde me uit om mee te denken. Samen doken we in de ontwikkelingen in de toerismesector in Hainan. Dat was ontzettend interessant, maar ik realiseerde me dat het spreken van de Chinese taal essentieel was om iets duurzaams op te bouwen. Ik heb toen een jaar taallessen gevolgd en me op de markt georiënteerd.”

Samen met een Chinese vriend kwam Quinten met het idee van een ‘Hive Garden’, zelf waterende plantpotten om een beetje natuur in Chinese huizen te brengen. “In Hainan is het heel makkelijk om een bedrijf te registreren. Binnen drie uur hadden we een bedrijfslicentie, de volgende dag de bedrijfsstempels. Maar dan begint het pas. Gelukkig kon mijn business partner helpen met zaken regelen, want alles is een stuk duurder als je het in het Engels doet dan in het Chinees. We hebben bijvoorbeeld via Taobao [Chinees e-commerce platform red.] iemand gevonden die ons hielp met het registreren van trademarks en handelsnamen. Die registratie neemt veel tijd in beslag. In Nederland zou je naar de Kamer van Koophandel gaan, maar zoiets bestaat hier niet.”

"Ik merk dat het deuren opent dat ik als Nederlander bezig ben in de tuinbouw-sector. Nederland heeft echt een goede naam op dat vlak."

“Een andere uitdaging was het vinden van gekwalificeerde engineers voor de productontwikkeling. Goed talent is echt schaars in Hainan. We hebben er vier maanden over gedaan om een elektrisch engineer te vinden. Maar toen kwam het moment dat we financiering nodig hadden om mallen te gaan maken voor daadwerkelijke productie. Zo’n mal is ongeveer 50.000 euro. Omdat we begonnen vanaf nul, zonder duidelijke Chinese achtergrond, was het lastig om financiers te vinden. Investeerders en instanties in Hainan lenen eigenlijk niet aan buitenlandse partijen. We hebben toen een internationaal kickstarter project opgezet, maar we hebben helaas niet onze doelstelling gehaald.”

Uit het veld geslagen is Quinten absoluut niet: “Veel mensen met wie we spraken zeiden: er is niet genoeg markt voor dit product op Hainan. Mensen kijken niet over de grens van het eiland heen. Daarnaast heeft Hainan beperkte stimuleringsmaatregelen voor start-ups, hoewel we wel in gesprek zijn over financieringsmogelijkheden. We kijken momenteel ook of bijvoorbeeld Suzhou een goede nieuwe locatie zou zijn, aangezien de lokale overheid daar ook investeringsfondsen beschikbaar stelt en daar producenten van mallen zitten. Daarnaast merk ik dat het deuren opent dat ik als Nederlander bezig ben in de tuinbouw-sector. Nederland heeft echt een goede naam op dat vlak. Ik ben dus ook aan het kijken of ik via partnerships Ozense verder kan brengen. Bewustzijn over groen en duurzaamheid blijft nog achter onder de Chinese consument. Dus het is echt iets voor de lange adem.”