‘Uiteindelijk moeten daders en overlevenden weer samen verder’

‘Als Hutu vrouw in Rwanda was ze getrouwd met een Tutsi man. Tijdens de genocide werden haar man en kinderen vermoord. De daders? Haar eigen broer en vader.’ Rwandezen hebben nog dagelijks te maken met de gevolgen van de massamoorden in 1994. Angela Jansen werkt bij Community Based Sociotherapy Rwanda, een lokale organisatie die Rwandezen ondersteunt om met deze traumatische ervaringen om te gaan.

Angela Jansen in een sociotherapiegroep in Rwanda.

‘Aan de sociotherapiegroepen nemen overlevenden van de genocide deel, maar ook daders die hun straf hebben uitgezeten en hun familieleden.’ Tijdens 15 wekelijkse bijeenkomsten doorlopen deelnemers de zes fasen van veiligheid, vertrouwen, zorg, respect, nieuwe levensoriëntaties en het verwerken van emotionele herinneringen. Inwoners van het dorp waar de bijeenkomsten plaatsvinden, begeleiden de groepen. Zij worden verondersteld een goed inzicht in de lokale gemeenschap te hebben. Als programmacoördinator ondersteunt Angela de lokale kennisopbouw van deze methodiek in Rwanda. In samenwerking met haar Rwandese collega’s begeleidt ze de trainingen van de sociotherapeuten en de supervisie van de groepen.

Veiligheid en vertrouwen

De consequenties van de genocide zijn nog steeds voelbaar bij de mensen die het meemaakten. Maar ook hun kinderen zijn er door getekend. ‘Naast veerkracht wordt ook de impact van het trauma en ook gevoelens van wraak, angst en haat vaak van ouder op kind overgedragen’, weet Angela. ‘Dit heeft consequenties voor het weer met elkaar kunnen samenleven. Daarom is het opbouwen van gevoelens van veiligheid en vertrouwen zo belangrijk. Dat versterkt niet alleen het psychosociale welzijn, maar draagt ook bij aan de sociaaleconomische ontwikkeling van de betreffende families en gemeenschappen.’

Succesvol

Meer dan 500 sociotherapeuten van Community Based Sociotherapy zijn wekelijks actief in Rwanda. Niet alleen in lokale dorpen, maar ook in vluchtelingenkampen en gevangenissen, waar vluchtelingen en gevangenen zelf groepen faciliteren. Uit de cijfers blijkt dat de aanpak succes heeft. Voor de sociotherapiesessies gaf 45 procent van de deelnemers aan psychische klachten - gerelateerd aan een depressie of angststoornis - te ervaren. Dat was na de 15 groepssessies nog maar 11 procent.

Angela Jansen in een sociotherapiegroep in Rwanda.

Ondersteuning

‘Dit belangrijke werk kunnen we doen mede dankzij de ondersteuning van het ministerie van Buitenlandse Zaken’, zegt Angela. ‘De Nederlandse ambassade ondersteunt ons sinds 2013, niet alleen financieel, maar ook door de positieve resultaten van de sociotherapiebenadering landelijk en internationaal onder de aandacht te brengen.’ De verwachting is daardoor dat meer en meer mensen in staat gesteld zullen worden om in nieuw op te zetten sociotherapieprogramma’s te werken aan het constructief verwerken van traumatische ervaringen.

Aandacht voor mentale gezondheid

Angela is blij met de aandacht die het ministerie heeft voor Mental Health and Psychosocial Support. ‘Ik volgde de conferentie Mindthemindnow op 7 en 8 oktober op de voet vanuit Rwanda. Op de livestream kreeg ik alles mee wat minister Kaag en andere vooraanstaanden zeiden over het belang van dit onderwerp. Ik hoop vooral dat de impact van het event in de komende periode merkbaar is, ook hier in Rwanda.’