'Wij geloven in werken met en vanuit de gemeenschap'

Wereldwijd leven miljoenen mensen met de gevolgen van conflict, geweld, armoede, rampen en terrorisme. Zij lopen een verhoogd risico om problemen te ontwikkelen in hun geestelijke gezondheid. Zij lijden hierdoor en zijn minder goed in staat om voor zichzelf, hun familie en omgeving te zorgen.

Aandacht voor geestelijke gezondheid en psychosociale hulp is daarom enorm belangrijk. Even belangrijk als voedsel, water en onderdak. Drie hulpverleners, die zich hier hard voor inzetten, vertellen erover.

Behar Ali.

Behar Ali: de vaste basiszorg is niet genoeg

Behar Ali heeft meer dan dertig jaar ervaring in humanitair werk. Als oprichter van de Emma Organization zet ze zich in voor yezidi-vrouwen in Koerdistan.

'In de gezondheidscentra in Irak en Koerdistan trainen we mensen op het omgaan met vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld. De specifieke problematiek waar vrouwen mee kampen, vraagt om een gerichte aanpak. We hebben programma’s waarin we gebruikmaken van muziektherapie, handwerk, storytelling.

Na 2014, toen ISIS Sinjar in zijn greep kreeg, zagen we dat de vaste basiszorg niet voldoende is. Vrouwen die slachtoffer waren geworden van verkrachting, pleegden zelfmoord in hun tenten. Er waren vanuit de noodhulp gewoonweg geen middelen voor mentale gezondheid en psychosociale zorg. Dat moet anders.'

Portret Janice Cooper

Janice Cooper: het gevecht tegen het stigma van ebola

Janice Cooper leidt in Liberia het Mental Health Initiative en zet zich daar in voor slachtoffers van ebola.

'Ebola brengt een groot stigma met zich mee. Dat belemmert mensen om weer vol in het leven en in de samenleving te staan. En dat moet je dus aanpakken. Maar ook op psychosociale zorg rust hier een taboe. Onwetendheid speelt daarbij een grote rol. We trainen mensen, gaan de dialoog aan en helpen mensen om hun verhaal te vertellen. Dat helpt het stigma tegen te gaan. Als mensen voelen dat ze begrepen worden, kunnen ze beter met de situatie omgaan.

Wat ook een grote rol speelt, is het onderlinge wantrouwen. Dat was al groot door de burgeroorlog die Liberia jaren in zijn greep hield. De ziekte maakte mensen weer bang voor hun eigen buren. De sociale samenhang verdween. En het vergt veel inspanning om die terug te krijgen. Maatschappelijk werkers die op community niveau aan de slag gaan, maken hier het verschil.'

Portret Marian Tankink

Marian Tankink: geloof in een community-based aanpak

Marian Tankink is medisch antropoloog. Ze doet onderzoek en werkt als consultant op het gebied van (seksueel) geweld en MHPSS in conflictsituaties. In haar werk richt ze zich vooral op Centraal Afrika.
'Ik geloof erg in een community-based aanpak: werken met en vanuit de gemeenschap. We zijn nu eenmaal sociale wezens, gebouwd als het ware om samen te werken. En in conflictsituaties worden juist die sociale relaties verwoest, met alle gevolgen van dien.

Je ziet dat mensen allerlei klachten ontwikkelen. Daarbij moet je denken aan PTSD, angsten, nachtmerries, depressieve klachten. Maar ook aan wat daarmee samenhangt: eetproblemen, energieverlies, sociaal terugtrekken. Als je die problemen snel en op de juiste manier aanpakt, met aandacht voor de contacten tussen mensen, dan zie je dat mensen sneller verder kunnen. De effecten daarvan zie je zelfs al snel terug op sociaaleconomisch vlak.

Iemand zei eens tegen me ‘Peace starts with peace of mind’. We moeten weer openstaan voor anderen en samen kunnen werken voordat we überhaupt iets kunnen.'