‘Geloof is een onderwerp dat wereldwijd meer aandacht nodig heeft’

Nederland heeft sinds deze week een speciaal gezant voor religie en levensovertuiging. Kortweg: de religiegezant. Jos Douma, Groninger, protestant en ervaren diplomaat, pleitte als ambassadeur al voor meer verdraagzaamheid. ‘Het gaat erom dat we mensen beschermen, of ze nu gelovig zijn of niet.’

De nieuwe functie van religiegezant is in het leven geroepen op verzoek van de Tweede Kamer, die een motie aannam om aandacht te vragen voor onder meer vervolgde geloofsgroepen wereldwijd. Ook buurlanden zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Denemarken kennen inmiddels een speciaal gezant voor religie en levensovertuiging.

Diplomaat Douma, die opgroeide in een groot gereformeerd gezin in Groningen, zet zich al zijn hele carrière in voor meer begrip tussen groepen mensen. Dat hij zelf gelovig is, ziet hij in zijn nieuwe functie als een voordeel: hij snapt de drijfveren van gelovigen en heeft een scherp gevoel voor wat hen raakt.

‘Juist omdat ik heel transparant ben over mijn geloof, weten mensen wat ze aan me hebben. Dat schept vertrouwen. Noem me een open boek',  zegt Douma. Hij citeert daarbij graag de 19e eeuwse protestant-christelijke politicus Groen van Prinsterer: alleen hij is onpartijdig die partij kiest.

Mensenrechten

In zijn nieuwe baan trekt Douma samen op met mensenrechtenambassadeur Bahia Tahzib-Lie, die het boegbeeld blijft van het Nederlandse mensenrechtenbeleid in het buitenland. Het is de taak van Douma de rechten van gelovigen en niet-gelovigen hoog op de internationale agenda te houden.

‘Binnen de mensenrechten is geloof een onderwerp dat wereldwijd meer aandacht nodig heeft’, zegt Douma. ‘En dan gaat het niet alleen om de rechten van bijvoorbeeld christenen, moslims of hindoes. Het recht om niet te geloven is net zo belangrijk. In sommige landen is het onvoorstelbaar dat iemand niet gelooft en kun je als ‘afvallige’ in grote problemen komen. Juist daar vragen we ook aandacht voor.’

Prijs

Bruggen slaan met andere geloofsgemeenschappen is de rode draad door de carrière van de diplomaat, die onder meer ambassadeur was in Slovenië, Iran en Georgië. In dat laatste land kreeg hij als eerste buitenlander een belangrijke prijs voor tolerantie, op voordracht van de Religieuze Raad van de Georgische ombudsman.  

Volgens Douma is het bij een gevoelig onderwerp als geloof essentieel om oprecht betrokken te zijn bij de ander, ook als dat betekent dat je moeilijke vragen moet stellen. ‘Dat kan extra lastig zijn in landen waar geloof en de staat samenvallen. Landen met een dominante religie vinden vaak dat ‘hun’ geloof bescherming verdient. Ik zie dat anders. Het gaat erom dat we mensen beschermen.’

Doorbreken

Nog altijd ziet de speciaal gezant wereldwijd parallellen met zijn eigen jeugd in het verzuilde Groningen van de jaren vijftig, waar protestanten en katholieken naast elkaar leefden, maar niet per se mét elkaar.

‘Als gereformeerden huurden mijn ouders een woning in een pand van de katholieke woningstichting. Dat de verzuiling zó ver ging, kun je je nu niet meer voorstellen. In die tijd waren het vooral de leiders van de verschillende geloofsgemeenschappen die met elkaar communiceerden. Natuurlijk spreek ik nu ook leiders aan, maar zie nog liever dat juist ’gewone’ mensen open voor elkaar staan. Dat is iets wat ik blijf uitdragen: probeer te begrijpen wat andersdenkenden beweegt, dan kun je iets bereiken.’