Toespraak de Chargée d’Affaires herdenkingsbijeenkomst Kanchanaburi

Op dinsdag 15 augustus vond in Kanchanaburi de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst plaats ter nagedachtenis van de Nederlandse slachtoffers van de aanleg van de Birma Siam Spoorlijn.

Na de toespraak, het Taptoesignaal gevolgd door twee minuten stilte en het zingen van het Wilhelmus vond een kranslegging plaats bij monumenten op de begraafplaatsen Don Ruk en Chungkai.

De Chargée d’Affaires a.i. Susan Blankhart sprak tijdens de herdenking in Kanchanaburi de volgende woorden op de erebegraafplaats :

“Ver van Nederland, herdenken we vandaag de gevallenen op hun laatste rustplaats. Vandaag, 15 augustus is, net als 5 mei, Bevrijdingsdag. Vandaag staan we stil bij het einde van de oorlog in Zuidoost-Azië. We herdenken de capitulatie van Japan en de bevrijding van Zuidoost-Azië, van Nederlands-Indië.

In 2017 is het 75 jaar geleden dat Japan Nederlands-Indië binnenviel. De Japanse bezetting betekende een keerpunt in de geschiedenis en het leven van vele mensen. Het thema van de Nationale Indië Herdenking 2017 is Verhalen Over Leven en gaat over de onbegrensde kracht van verhalen, over de mens achter de geschiedenis.

Over hoe persoonlijke verhalen van zowel overlevenden als zij die tijdens de Japanse bezetting in Zuid Oost Azie het leven lieten, doorleven in de huidige en komende generaties. Verhalen van toen zijn ook nu van onschatbare waarde, ze ontroeren, bewegen, verbinden, inspireren. Verhalen Over Leven zoomt in op de persoon achter de historische gebeurtenissen en geeft de geschiedenis een gezicht. Wie waren deze mensen? Waar droomden zij van? Wat gaf hen kracht en moed? Hoe wisten zij onder de meest erbarmelijke omstandigheden - zowel binnen als buiten het kamp - te overleven? En, welke rol spelen deze verhalen in het leven van mensen nu?

Verhalen Over Leven belicht het onsterfelijke karakter van verhalen. Het laat zien dat, ondanks de verwoestende impact van oorlog, de verhalen van mensen overleven.

Vandaag staan we hier stil bij allen die het leven lieten bij en na het aanleggen van de 415 kilometer lange spoorlijn dwars door de tropische wildernis. Krijgsgevangenen uit onder meer Nederland, Engeland, Australië en de Verenigde Staten en de vele Aziatische dwangarbeiders.

We kennen veel namen, veel verhalen. Maar er zijn ook tallozen hier afgebeuld omgekomen waarvan wij nooit de namen zullen weten en die geen verhalen konden achterlaten van hun lijden hier. In het Thailand Birma Railway Center worden veel verhalen getoond.

Eén van de velen van wie het verhaal kennen is Wim Kan. Eén van Nederlands grootste cabaretiers na de Tweede Wereld oorlog. Wim Kan was voor een tournee naar Nederlands-Indië vertrokken om aan de Europese oorlogsdreiging te ontsnappen, maar in maart 1942 toen de kolonie in handen van de Japanners kwam werd Wim Kan krijgsgevangen gemaakt.

Zijn verhaal, zijn herinneringen heeft hij neergeschreven: hoe hij en anderen met stokken de stinkende ruimen van snikhete schepen werden ingeranseld voor transport naar Burma. Hoe sommigen stikten, hoe anderen werden doodgemarteld. Drie jaar moest hij werken aan de Burmaspoorweg. Niet aan het spoor -dat deden zijn medekrijgsgevangenen van 's ochtends vroeg tot diep in de nacht- maar aan cabaretvoorstellingen, om het moreel hoog te houden. Wim Kan had dankzij die voorstellingen vaak privileges in de kampen, maar een medegevangene vertelde in een interview: ,,Sommige Japanners vertrouwden zijn cabaret niet. Dan werd hij beurs geslagen. Ondanks dat heeft hij toch zijn cabaret doorgezet, tot het einde toe.'' En hij overleefde en leefde verder met zijn verschrikkelijke herinneringen.

De verhalen uit die tijd spreken ons nog steeds aan. Ik was zelf onder de indruk van het pas verschenen boek “De smalle weg naar het Noorden” van de Australiër Richard Flanagan. Hij kreeg er in 2014 de Man Booker prize voor. Hij kon dat boek alleen schrijven omdat hij de persoonlijke verhalen van zijn vader, die hier aan de Birma spoorweg werkte, kende. Die verhalen haalt hij op. Het boek beschrijft hoe zij, die deze afschuwelijke periode overleefden, hun verdere leven moesten leven met hun vreselijke verhalen en herinneringen. Met de gezichten van hun makkers die werden doodgeslagen. Heel beeldend roept hij, in geuren en kleuren, het leven in deze tropische hel op, waar de zwellingen ten gevolge van beri beri, de verwoestingen door pellagra, de snelle uitmergeling als gevolg van cholera en de stinkende zweren weinig aan die verbeelding overlaten. En dan zijn er nog de vernederingen, de afranselingen, de absurde eisen van de Japanse bewakers en hun Koreaanse trawanten. En de honger: “Een korrel rijst was nu zo veel groter dan een continent, en de enige dingen die dagelijks groter werden waren de gehavende, slap hangende hoeden van de mannen, die nu als sombrero’s opdoemden boven hun uitgemergelde gezicht en hun lege, sombere ogen, ogen die weinig meer leken dan zwart omfloerste oogkassen wachtend op de wormen.”

 

Tijdens de aanleg stierven per dag gemiddeld 75 arbeiders; 15 000 krijgsgevangenen stierven aan uitputting, ziekte en ondervoeding. Ook stierven 150.000 Thaise en Indonesische “romoesja's”, slavenarbeiders, en Birmaanse en Maleisische dwangarbeiders.

Ongeveer een kwart van de krijgsgevangenen stierf vóór de oorlog was afgelopen. Van de ongeveer 18.000 Nederlanders stierven er 2831. Tropische ziekten, uitputting en wreedheden begaan door de Japanners eisten hun tol. Van de Nederlanders bezweek bijna de helft aan dysenterie. Velen van hen vonden hun laatste rustplaats of de erebegraafplaatsen waar wij vandaag met zijn allen zijn.

“De wijze waarop in de Tweede Wereldoorlog wreedheden zijn bedreven en menselijk leven is vernietigd als was het onkruid; de wijze waarop het slechtste in mensen is bovengekomen, mag geen gesloten boek worden, ook niet als de laatste overlevende en de laatste nabestaande er niet meer zijn. We gedenken niet de geschiedenis, maar de realiteit van wat mensen elkaar kunnen aandoen en elkaar sinds die tijd ook weer hebben aangedaan. Wat gebeurde mag daarom niet tot litteken worden op de menselijke geschiedenis, maar moet ons tot permanente handicap dienen als we weer te veel gaan vertrouwen op beschaving en ons verstand.” *

 

* Citaat toespraak President Oorlogsgravenstichting J.P.H.Donner  op 20/8/2015 bij de jaarlijkse herdenking in Nederland, SHBSS

https://www.facebook.com/netherlandsembassybangkok/