Agribusiness: Samenwerking, een boodschap van Nederland aan Slovenië!

Stimulering van ondernemerschap en innovatie op het gebied van landbouw en voedsel, dat was het hoofddoel van de Agribusiness conferentie afgelopen donderdag in Ljubljana, Slovenië. De Nederlandse ambassade was één van de partners van het evenement, dat georganiseerd werd door de Sloveense financiële krant Finance.

De Sloveense minister van landbouw Dejan Zidan benadrukte dat de landbouwsector in Slovenië momenteel winstgevend is, na vele onzekere jaren. Samen met zijn Tsjechische en Slowaakse collega zal hij volgende week voorstellen doen in Brussel om de voedselketen te verbeteren. Ondanks de positieve ontwikkelingen in de Sloveense agro- en voedselsector gedurende de afgelopen twee jaar is het land constant op zoek naar best practices uit andere landen. Des te meer omdat de zelfvoorzieningsgraad van Slovenië slechts 40% is. Om die reden wordt er vooral gekeken naar Nederland, een wereldleider is op het gebied van innovatieve voedseloplossingen.

In zijn openingsspeech sprak de ambassadeur over de groeiende wereldbevolking die om steeds grotere hoeveelheden landbouwproducten roept, terwijl de aarde nu al overvraagd is. Deze situatie maakt de noodzaak van meer duurzame en innovatieve productiemethoden duidelijk. De Nederlandse agro- en voedselsector werkt hier al geruime tijd aan: bijvoorbeeld aan voedselveiligheid, afvalverwerking, dierenwelzijn, onderwijs, bestuur en leefomstandigheden. Tegenwoordig exporteert Nederland niet alleen producten, maar ook kennis, technologie en innovaties. Hierbij ligt een speciale focus op samenwerking, tussen boeren, bedrijven, onderzoekers en overheid.

De Nederlandse hoofdspreker en landbouwspecialist Raymond Tans ging verder in op samenwerking en legde uit dat 70% van de Nederlandse landbouwproducten wordt verhandeld vanuit coöperaties. Deze manier van samenwerken lijkt een succesformule te zijn voor Nederland, aangezien Nederland de op-één-na grootste exporteur van landbouwproducten is. Volgens Tans zou Slovenië zijn twijfels over grootschalige boerderijen, coöperaties en door de EU gereguleerde producentenorganisaties moeten loslaten. Tegen die achtergrond raadde Tans aan de kleinschalige productie te overstijgen, die in Slovenië wordt gezien als de enige manier om veilig en gezond voedsel te produceren. Kleinschalige productie is echter niet noodzakelijkerwijs beter dan grootschalige. Massaproductie is vaak juist efficiënter en duurzamer. Als voorbeeld noemde Tans hierbij de massaproductie van tomaten in Nederlandse kassen waar vijf liter water nodig is per kilogram, terwijl in de Spaanse openlucht een kilogram tomaten zeventig liter water nodig heeft.

Tans somde een aantal voordelen op van het werken met coöperaties en producentenorganisaties: een coöperatie geeft producenten meer macht op de markt, betere prijzen en beperkte risico’s. Daarnaast versterkt samenwerken de positie van de producenten in de voedselketen en biedt het een moderne, effectieve methode voor duurzame productie en marketing. De informatie werd met grote interesse door de Slovenen ontvangen.